Een aspirientje graag

De pioenen bloeien. De Oosterse papavers ontluiken uit hun dikke knoppen. Ook de rozen zijn er, al is bij de meeste struiken en klimmers de volheid nog lang niet bereikt. Ik ben een en al verlangen. De tuin is begonnen kapitaal en rente van al de investeringen terug te betalen: de nieuw aangekochte planten en vooral heel veel tuinzweet. Want zonder tuinwerk groeit er een wildernis, geen tuin.
Ik heb het u misschien al eens gezegd en ik herhaal het graag nu ik op de tuinbank ga zitten en glimlachend over het gazon naar mijn pioenenborder kijk: de enige bank die een hoge rente geeft, in de tuinbank. Er zijn trouwens veel manieren om van planten te genieten. De vorm, de textuur en de tint van het blad vormen vaak een balsem voor het oog. Felle kleuren monteren me op, pastelkleuren stemmen me mild. En planten die drager zijn van herinneringen wekken een zachte nostalgie in me op. Tal van planten hebben geschiedenis, ze openen mijn geheugen voor kleine anekdoten of grote verhalen. En sommige planten hebben namen als een klok, of namen die me doen wegdromen naar verre oorden of vroegere tijden. In mijn border zie ik ‘Belle de Crecy’ blozen als een roos. Ik hoor de hoge aria’s van de roos Maria Callas en Rosa ‘Amber Queen’ heeft lange benen, sorry stelen.
Plantennamen kunnen zo mooi zijn dat ze de fantasie prikkelen. Je zou er brandende liefde van krijgen, terwijl onkruid netelige vragen stelt en look zonder look een vleugje surrealisme suggereert. Schitterend zijn rozennamen als ‘La Séduisante’ en ‘La Sévillana’, de vurige rode naast de sierrabarber. Onder de rozenmadammen zijn er ook met namen die me wegvoeren naar dromerige taferelen, dames met wijde hoeden, elegante japonnen, zijden sjaals en witte parasolletjes. Wat vindt u van de boursaultroos ‘Mme de Sancy de Parabère’ of ‘Mme Zoëtmans’ en ‘Mme Alice Garnier’. Ze staan alle drie in mijn tuin tussen andere edeldames. Sommige als ‘Queen Elisabeth’ en ‘Mary Queen of Scots’ zijn zelfs van koninklijken bloede. Is het dan niet ergerlijk dat de roos Maria Callas nu officieel ‘Meidaud’ heet, Maria Mathilda ‘Lenmar’, Lady Meillandina in feite ‘Meilarco’ is en Lady of the Dawn ‘Interlada’?
Wie die lelijke cultivarnamen verdedigt, heeft het over kwekersrechten en dat het toch maar gemakkelijk is dat je nu onmiddellijk kunt weten welke firma de roos veredelde. De naam begint immers altijd met de eerste drie letters van de veredelaar. Zo is ‘Meidaud’ een roos van de firma Meilland uit Antibes en is ‘Lenmar’ een roos van Louis Lens. Zou het echter niet even gemakkelijk zijn gewoon een lijst bij de hand te hebben waar achter de mooier klinkende naam van de roos, de naam van de veredelaar of de met kwekersrecht geregistreerde naam staat vermeld? Dat is toch niet moeilijker. Ik behoor tot de talrijke rozenliefhebbers die geen rozenborder wil waarin ‘Ausermi’ het gezelschap krijgt van ‘Kortemma’, ‘Kortitut’, ‘Dicsun’, ‘Tanipep’ en ‘Macgaura’. Van zo een border krijg ik hoofdpijn. We zouden als tegengif rozennamen kunnen verzinnen als ‘Perdolan’, ‘Daffalgan’ of ‘Aspro’. Misschien levert men een nieuwe roos ooit nog af met parfum uit het spuitbusje en als toemaatje een heuse neusspray wanneer u een druipneus heeft en niets meer ruikt. Ver gezocht, zegt u? We zijn goed op weg met ‘Tanirispi’. Deze roos van de Duitse kweker Tantau behoort tot de allerbeste witte rozen van de jongste decennia. Ze werd in 1996 door Bayer gekozen om het honderdjarig bestaan van de firma te vieren en kreeg dan ook de naam van het paradepaardje van deze geneesmiddelengigant: Aspirine Rose. Deze roos is gelukkig zo mooi dat ze een echte medicijn is dat bij mij elk dipje verjaagt.
Ik blader door de Plantenvinder voor de Lage Landen en krijg weer hoofdpijn wanneer ik de namen van de volgende ruiten lees: Thalictrum CC4051, Thalictrum ACE 1612 of Thalictrum cultratum BSWJ en haar zusje HWJCM 367. Het is om alle ruiten in te slaan. Ik zal een hele border Aspirine Rose aanplanten en hoop uit de grond van mijn hart dat deze namen slechts voorlopig zijn..