Kattenkwaad en pierenverdriet

Simba, onze poes, is de onbetwiste heerser van de tuin. Hij is een speelse sluipmoordenaar, in menselijke termen een psychopaat die niets ontziet. Geen mank vogeltje of hij maakt er een mikado van pluimen van. Geen muis of ze piept zich dood van angst wanneer ze een speeltje wordt van de grote heerser.
Bij katten heet dat instinct en dus is Simba geen kwaad aan te rekenen. We hadden nog nooit zo een ongenadige muizenvanger, nog nooit een gesneden kater die met zoveel gevoel voor acrobatie de vogels uit de lucht vangt. Hij lijkt wel luchtafweergeschut dat zelden, al te zelden faalt.
En toch beseft Simba dat we niet even gelukkig zijn met elke prooi.
Waarom zou hij anders alle muizen, woelratten en ander ondergronds gespuis voor de keukendeur leggen en de nuttige vogeltjes laten waar ze hun zwanenzang zongen? Simba weet zich bovendien aan een paar regels te houden die hem voorlopig althans lijfsbehoud garanderen.
Zo waagt hij zich niet te dicht in de buurt van de hokken van de duivenmelkers. Als hij al een duif uit de lucht haalt dan is dat uitsluitend in zijn eigenste tuin. Hij heeft nu eenmaal een snorrenbaard en een neus voor onraad. In de tuin staat Simba bovenaan de voedselketen. De vogels pikken een graantje mee van alles wat de tuin te bieden heeft. Ze vangen luizen weg en dikke maden. En met name de merels zijn volleerde pierenvangers. Geef toe dat hun pierenvangkunst u reeds vele malen heeft verbaasd. Hoe kan vader merel met zijn gele bek binnen de kortste keren een vette pier uit het gazon kan trekken?
Er was in heinde en verre geen aardworm te bespeuren. Misschien hebt u gezien hoe hij met zijn bek op de grond tikt. Dat is de truc. Hij jaagt trillingen door de graszode die de pieren doet rillen van angst.
Zelf hebt u deze truc ook reeds toegepast wanneer u een riek in de grond steekt en een paar keer kort wrikt. Dan kronkelen de pieren in paniek de bodem uit en kunt u ze gemakkelijk vangen, bijvoorbeeld om ze als aas bij het vissen te gebruiken. Arme pieren. Wat drijft ze rillend en trillend uit de veilige bodem? Het antwoord is eenvoudig en kort. Het luidt: mol. Die ondergrondse piraat die het gazon naar de bliksem helpt, maar u in ruil daarvoor van honderden engerlingen en rupsen van emelten afhelpt. Hij heeft naast het opwerpen van molshopen slechts één ondeugd: hij vreet pieren als een goede Belg frieten. En gelijk heeft hij. Pieren zijn krachtvoer, even rijk als de beste biefstuk én lekker naar verluidt. In sommige landen worden ze tot hamburgers vermalen. Wees gerust; meestal wordt dat op de verpakking vermeld.
De al te vaak verwenste mol is het pierenverdriet bij uitstek. En wanneer de merel op de zode tikt of u de riek in de grond wrikt, trilt de bodem op dezelfde wijze als wanneer een mol in blinde vraatzucht door haar moeizaam gegraven gangen komt aangerend. Bovendien is de mol een heuse uitvinder. Ze vond de molsla uit wanneer ze de uitgegraven aarde over een rozet van paardebloemen wierp en ligt daarmee aan de basis van de witloofcultuur. En ze ontdekte een originele techniek van vleesbewaring. Pieren zonder kop blijven leven en als ze een hele tijd onbeweeglijk blijven krijgen ze meestal zelfs een nieuwe kop. En dus bijt een verzadigde mol bezadigd, want door haar instinct gelegitimeerd, de kop van de pieren af en hangt ze de aalgladde, maar roerloze aardwormenlijven in een soort van voorraadschuur om perioden van voedselschaarste op te vangen. Simba, onze kater, doodt meestal slechts voor het plezier. Maar is dat wel zo? Is hij niet ontgoocheld wanneer muislief als speelgoedje niet solide blijkt te zijn en al snel stuk gaat? En waarom is hij zo lief tegen ons en strijkt hij langs onze benen of geeft een wollig pootje wanneer hij in de zetel op onze schoot kruipt?
Zijn we als prooi te groot voor zijn muil waarmee hij overigens imposant kan geeuwen? Of speelt hij een spelletje? En zegt zijn instinct: ‘Als je eventjes lief bent, gaat het blik met eten weer open.’
En dus hamsteren we gewillig kattenvoer voor Simba, onze lieve, lieve psychopaat.